Home
Zoogdieren
Vogels
Reptielen en Amfibieën
Vissen
Insekten en Spinnen
Lagere dieren
Uitgestorven dieren
Diergedrag
Leefgebieden
Bescherming


Alaskawolf
ORDE:
Roofdieren

FAMILIE:
Hondachtigen

GESLACHT & SOORT
Canis lupus tundrorum

De prachtige Alaskawolf leeft in de stille uitgestrektheid van de schrale poolgebieden, waar het land elk jaar vijf maanden in duisternis gehuld is. Hier maakt hij op bijna elk ander dier jacht.

De Alaskawolf kan jaren in leven blijven bij temperaturen onder het vriespunt, maanden in duisternis en weken zonder voedsel. Hij leeft in één van de weinige gebieden op aarde waar hij van de mens niets te vrezen heeft.
Leefomgeving
Alaskawolven leven in de onherbergzaamste streken op aarde. In april komt de temperatuur zelden boven -30°C uit. De voortdurend over de ijzige vlakten fluitende wind voelt aan als -l00°C. De aarde is tot op enkele centimeters beneden het oppervlak constant bevroren, zodat alleen oppervlakkig wortelende planten kunnen overleven.

Slechts weinig zoogdieren redden het onder zulke omstandigheden. Lemmingen en sneeuwhazen zijn het talrijkst, maar een roedel wolven heeft zo af en toe grotere prooidieren nodig om te overleven. Muskusossen en kariboes zijn een betere maar schaarsere prooi. Daarom heeft een roedel wolven noodgedwongen een gebied van zo'n 2000 vierkante kilometer als jachtgebied nodig.
In de winter daalt de temperatuur. Kleine dieren zoeken de warmte op onder de grond. Aangezien de kariboes naar het zuiden trekken om voedsel te zoeken, volgen de wolven de kuddes.
Voortplanting
In de herfst en winter blijft de roedel zwerven. Na de paring in maart verlaat het drachtige vrouwtje de roedel om een eigen onderkomen te zoeken. Vaak graaft ze een nieuw hol, maar als de grond bevroren is, is ze meestal gedwongen haar jongen ter wereld te brengen in een reeds bestaand hol of een rotsspleet.
De jongen worden blind geboren. Ze zijn volledig van de moeder afhankelijk.

Na ongeveer een maand kunnen de jonge wolven vlees eten. Vanaf dit moment verdeelt de roedel het vlees onderling. Zij vreten zich aan de prooi volkomen vol en braken het voedsel weer uit voor de jongen zodra ze bij het hol terug zijn.

Als er voldoende voedsel is, zijn de jongen rond de langste dag van het jaar in staat met de roedel mee te gaan.

Voedsel en jacht
Volgroeide kariboes en muskusossen zijn veel te sterk om door een wolf in zijn eentje bejaagd te worden. Op een grote prooi jagen wolven daarom altijd met de hele roedel.

In de open toendra is maar zelden genoeg dekking voor een verrassingsaanval; als een roedel wolven een kudde muskusossen inhaalt, hebben deze zich meestal al in een verdedigingskring opgesteld.

Bij zo'n formatie zijn de wolven niet opgewassen tegen de hooms en hoeven van de muskusossen. Daarom begint de roedel een soort zenuwoorlog met de bedoeling de kring open te breken.

De wolven beginnen heen en weer te lopen en dwingen zo de ossen steeds van positie te veranderen om hun belagers in het oog te houden. Vaak lukt de taktiek niet, maar als de wolven geluk hebben, gaan de ossen uit nervositeit uit elkaar. Ogenblikkelijk zetten de wolven dan de achtervolging in, waarbij ze proberen jonge of zwakke dieren van de kudde weg te drijven. Heeft een wolf zijn prooi te pakken, dan schieten de andere te hulp en sleuren zij hem met vereende krachten tegen de grond.
Leefwijze
Gewoonlijk leven wolven in kleine roedels. Het zijn meestal kleine familiegemeenschappen die bestaan uit een koppel, hun jongen en hun oudere nakomelingen die nog niet gepaard hebben.

De roedel wordt aangevoerd door de reu met de hoogste rang, het Alfa-mannetje. Zijn teef, het Alfa-vrouwtje, staat praktisch op gelijke hoogte. De overige leden van de roedel onderwerpen zich aan hen en stellen onderling de rangorde vast. Evenals bij het voeden en opvoeden van de jongen werken de volwassen dieren bij de jacht allemaal samen.

Eenzaam rondzwervende wolven zijn meestal jonge dieren die hun roedel verlaten hebben op zoek naar een territorium. Zodra zo'n eenzame wolf een onbezet gebied gevonden heeft, markeert hij het met zijn urine en uitwerpselen om zijn aanspraak erop te laten gelden.

Korte feitjes:
· Op jacht is de kans dat de wolf wat vangt minder dan 10%.

· Wolven hebben soms dagen lang niets te eten. Hebben ze een prooi dan kunnen ze wel 10 kg in één keer verorberen.

· Ze huilen om andere roedels te laten weten dat ze er zijn. Ze proberen op deze manier bij elkaar uit de buurt te blijven om het niet tot een onvermijdelijk bloedig gevecht te laten komen.

· In het poolgebied is zo weinig voedsel te vinden, dat de wolf niets laat liggen. Een sneeuwhaas eet hij op met huid en haar.

· Vaak treden één of twee jongere wolven binnen de roedel op als 'babysit' en spelen met de kleintjes als de moeder op jacht is.

- - -

AFMETINGEN
Lengte: kop plus lichaam 100-150 cm
Grootte: schouderhoogte 65-80 cm
Gewicht: tot 80 kg, vrouwtje minder

VOORTPLANTING
Geslachtsrijp: mannetje met 3, vrouwtje met 2 jaar
Paartijd: maart
Draagtijd: 61-63 dagen
Aantal jongen: 4-5

LEEFWIJZE
Gedrag: leeft in familiegroepen tot 30 dieren, meestal echter 7-10 dieren
Geluid: huilen
Voeding: sneeuwhazen, muskusossen, kariboes en lemmingen
Levensverwachting: ± 7 jaar

VERWANTE SOORTEN
De Alaskawolf is de noordelijkst levende ondersoort van de grijze wolf. Andere zijn de Mackenzie-Boswolf, de Europese wolf, de Japanse wolf en de rode wolf.

Verspreidingsgebied van de Alaskawolf

VERSPREIDING
In het hele arctische gebied met uitzondering van grote aaneen gesloten ijsvlakten en ijsschollen.

SOORTBESCHERMING
Alle wolvenrassen zijn in de loop van de geschiedenis genadeloos vervolgd. Als ondersoort is de Alaskawolf nog de enige die in zijn hele oorspronkelijke verspreidingsgebied te vinden is, omdat hier slechts zelden mensen komen.

design by Café Noir Nieuwe Media