Home
Zoogdieren
Vogels
Reptielen en AmfibieŽn
Vissen
Insekten en Spinnen
Lagere dieren
Uitgestorven dieren
Diergedrag
Leefgebieden
Bescherming


Luipaard / Panter
ORDE:
Roofdieren

FAMILIE:
Katachtigen

GESLACHT & SOORT
Panthera pardus

De goed gecamoufleerde luipaard is beroemd om zijn aanpassingsvermogen. Hij combineert zijn perfect ontwikkelde zintuigen met een opmerkelijke handigheid om onopgemerkt te blijven.

Hoewel hij meestal in beboste landschappen wordt aangetroffen, kan de luipaard ook in vele andere milieus leven, van halfwoestijnen tot in gebieden direct onder de sneeuwgrens. Zijn pels kan in kleur variŽren van bleekgeel tot zwart.
Leefwijze
De luipaard leeft het grootste deel van de tijd solitair, in de regel binnen een vast omlijnd territorium. Alleen de paartijd en de periode dat de vrouwtjes jongen hebben vormen uitzonderingen hierop. Bij een teveel aan luipaarden in een bepaald gebied zou op de lange termijn het gevaar van voedseltekort ontstaan door overbejaging of verdrijving van de prooidieren.

Net als andere vertegenwoordigers van de katachtigen markeert de luipaard de grenzen van zijn territorium met urine en voorziet bomen van krabsporen.

Op plaatsen waar veel wild leeft, zijn de territoria kleiner dan in wildarme gebieden. Territoria van mannetjes zijn in de regel groter dan van de vrouwtjes en snijden vaak die van een of meer vrouwtjes.
Voortplanting
De beide sexen komen gedurende zes of zeven dagen, wanneer het vrouwtje paringsbereid is, samen voor de paring. Het mannetje wordt aangelokt door de sterke geur van de urine die het vrouwtje tegen de bomen sproeit. Na de paring keert het mannetje naar zijn eigen territorium terug en bemoeit zich noch met de geboorte noch met het grootbrengen van de jongen.

De jongen komen na een korte zwangerschap van drie maanden op een goed verborgen schuilplaats ter wereld. Een langere draagtijd zou het vrouwtje beperken in haar mogelijkheid om te jagen, waardoor ze onvoldoende voedsel voor zichzelf en de ontwikkelende jongen zou hebben. Desondanks zijn de jongen bij hun geboorte klein en hulpeloos en wegen slechts tussen de 430 en 570 gram.

Een worp kan uit maximaal zes jongen bestaan, maar in de regel overleven er slechts een of twee. De dofblauwe ogen, die typisch zijn voor alle jonge katten, openen zich na negen dagen. Op dat tijdstip zijn de vlekken op het vel zo dicht bij elkaar geplaatst dat ze op het eerste gezicht een geheel vormen.
In de regel blijven de jongen circa twee jaar bij de moeder. Wanneer ze nog erg klein zijn, draagt ze hen om de paar dagen naar een nieuwe schuilplaats om te voorkomen dat ze aan leeuwen, hyena's of zelfs mannelijke luipaarden ten prooi vallen. In deze periode leert de moeder de jongen te jagen en voor zichzelf te zorgen.

Voeding en jachtgewoonte
Gewoonlijk jaagt de luipaard in de ochtend- en avondschemering en gebruikt daarbij een gecombineerde sluip- en aanvalstechniek om zijn prooi te vangen. Soms ligt het dier doodstil in een hinderlaag klaar om te springen, bijvoorbeeld op de tak van een boom, maar meestal besluipt het zijn prooi met dodelijke rust en behendigheid. De prooi wordt gedood door een slag in de hals met de klauwen of door een beet in de nek. Vaak sleept hij de prooi, die soms net zo zwaar is als de luipaard zelf, een boom in en hangt het daar hoog tussen de takken. Daar is het veilig voor eventuele prooidieven als jakhalzen en hyena's. Na te hebben gegeten gaat de luipaard als regel naar een poel om te drinken.

De luipaard maakt jacht op een groot aantal diersoorten, van bavianen, knobbelzwijnen en middelgrote antilopen tot kleine zoogdieren en vogels. Sommige luipaarden ontwikkelen een speciale voorliefde voor een bepaalde diersoort.
De luipaard en de mens
Wegens de schoonheid van zijn pels is de luipaard lange tijd bejaagd. Men schat dat in Oost-Afrika in het begin van de jaren '60 ongeveer 50.000 dieren zijn gedood. Momenteel is de luipaard een beschermde diersoort, maar wordt desondanks nog steeds zwaar belaagd door herders en stropers.

Hoewel de luipaard soms door mensen gehouden vee rooft, beginnen boeren zo langzamerhand zijn nut voor het beheersen van de bavianen- en wilde zwijnenstand te beseffen; op plaatsen waar de luipaard uitgeroeid is, brengen deze dieren namelijk aanzienlijke schade toe aan de oogst op de velden.

Korte feitjes
∑ Een luipaard drinkt het liefst dagelijks, maar kan een hele maand zonder drinken doorstaan.

∑ De luipaard heeft de naam een 'honden rover' te zijn, een makkelijke prooi om van een erf weg te slepen.

∑ Luipaarden hebben een uitmuntend ontwikkeld orienteringsvermogen. Een groep in de voorsteden van Nairobi rondstruinende luipaarden werd gevangen en 320 km verderop in het nationale park Tsavo vrijgelaten. Binnen enkele weken hadden ze de weg naar Nairobi teruggevonden.

∑ Door zijn uitstekende zintuigen en zijn bekwaamheid ook bij geringe dekking, zoals in rotsig bergland onopgemerkt te blijven is de luipaard nog moeilijker op te sporen dan leeuwen of tijgers.

∑ Vroeger dacht men dat 'zwarte panters' een aparte soort waren, maar tegenwoordig worden ze als gewone luipaarden gezien. Ondanks hun zwarte kleur blijft de vlekkentekening altijd zwak zichtbaar. Soms komen zwarte en 'gewone' dieren in dezelfde worp voor.

∑ De reikwijdte van het gehoor van een luipaard is tweemaal zo groot als van de mens en in schemerlicht is zijn gezichtsvermogen zes maal zo sterk.

- - -

AFMETINGEN
Schouderhoogte: 50-60 cm
Lengte: 100-130 cm (kop en romp)
Gewicht: 65-80 kg

VOORTPLANTING
Geslachtsrijp: na 2,5 tot 3 jaar
Paartijd: in de tropen in elk jaargetijde, elders in het voorjaar
Draagtijd: 90-112 dagen
Aantal jongen: 2-3 jongen

LEEFWIJZE
Gedrag: solitair; verborgen levend
Voedsel: grote en kleine zoogdieren en vogels
Levensverwachting: 12 jaar in het wild, in gevangenschap 20 jaar

VERWANTE SOORTEN
De nauw verwante Zuidamerikaanse Jaguar, Panthera onca, heeft een sterk gelijkende vlekkentekening, maar is echter groter en krachtiger gebouwd.

Verspreidingsgebied van de luipaard

VERSPREIDING
In grote delen van Afrika en zuidelijk Azie en van het Midden-Oosten tot in het verre oosten van de voormalige Sovjetunie, Korea, China, Indonesie en Maleisie voorkomend.

SOORTBESCHERMING
Aantallen sterk gedecimeerd. Uit Klein-Azie, Mantsjoerije en andere oorspronkelijk bewoonde gebieden vrijwel verdwenen. De bontindustrie heeft ermee ingestemd de handel in luipaardvellen internationaal te beperken.

design by Cafť Noir Nieuwe Media