Home
Zoogdieren
Vogels
Reptielen en AmfibieŽn
Vissen
Insekten en Spinnen
Lagere dieren
Uitgestorven dieren
Diergedrag
Leefgebieden
Bescherming


Koningstijger / Bengaalse tijger
ORDE:
Roofdieren

FAMILIE:
Katachtigen

GESLACHT & SOORT
Panthera tigris tigris

De gratie en de kracht van een Bengaalse tijger boezemen respect maar ook vrees in. Doordat hij prooidieren kan doden die twee keer zo groot zijn als hij zelf, is de tijger een van de meest gevreesde roofieren.

Hoewel de krachtige, roodgouden strepen van een tijgervel in de dierentuin direct opvallen, valt een tijger in het wild door de beschutting van de schaduwen in een bos juist niet zo snel op.
Gedrag
De tijger is een solitair levend nachtdier. Hij deelt zijn territorium niet graag met anderen. Om hun gebied te begrenzen, markeren ze het door hun sterk ruikende urine en door klierafscheidingen, die als waarschuwing dienen voor andere tijgers die in de buurt leven. Ze kunnen ook door boomschors van bomen af te rukken hun territorium angeven. De tijger sleept de buit in het struikgewas en bedekt het met bladeren totdat hij terugkomt.

Voortplanting
De paartijd is normaal gesproken in de lente. Een vrouwtje krijgt in haar territorium bezoek van een mannetje dat in een aangrenzend gebied woont. Hij blijft 20 tot 80 dagen met haar samen. Gedurende deze periode is de tijgerin slechts drie tot zeven dagen vruchtbaar. Na de paring keert het mannetje naar zijn eigen territorium terug.

Na ongeveer 15 weken worden twee tot vier welpjes geboren die de eerste tien dagen nog blind zijn. De moeder zoogt hen acht weken lang en voert hen daarna kleine stukjes jachtbuit. Na zes maanden laat ze de jongen voor het eerst een paar dagen alleen om op jacht te kunnen gaan.
Als de jongen groter zijn, neemt de tijgerin hen mee op jacht. Zodra ze een maand of elf zijn, kunnen de welpen alleen op jacht en met 16 maanden zijn ze krachtig genoeg om grotere prooidieren te kunnen vangen.
Leefomgeving
Er bestaan verschillende tijgerrassen die over de hele wereld verdeeld zijn en zich aangepast hebben aan hun leefgebied. Tegenwoordig is de Bengaalse tijger het talrijkst in de wouden van het vlakke kustgebied van Sandarban in Oost-India en Bangladesh waar de Ganges in de golf van Bengalen uitmondt. Dit tijgerras komt ook in andere gebieden in India en in delen van Nepal en Birma voor.
Tijgers hebben een groot jachtgebied nodig; mannetjes zo'n 55 en vrouwtjes zo'n 45 vierkante meter.

Aangezien tijgers solitair leven en hun jachtgebied niet willen delen met andere, heeft zelfs een heel kleine populatie al een groot leefgebied nodig.

Tijgers gebruiken meestal meerdere slaapplaatsen in hun territorium. Dit is afhankelijk van waar ze zich bevinden.

Voedsel en jacht
Tijgers jagen 's nachts door hun prooi te besluipen. Tijgers kunnen een korte sprint trekken, maar lichtvoetige prooidieren zoals gezonde herten zijn hen meestal te snel af.

Een tijger bespringt zijn prooi van opzij of van achteren. Kleinere dieren doodt hij met een beet in de nek, grotere verstikt hij met een beet in de keel.

Tijgers hebben een voorkeur voor wild. Ze jagen op herten, zwijnen en buffels.
Mannetjesbuffels wegen zeker 700 kilo, ongeveer het dubbele van de tijger. Hoewel een tijger zo'n dier bijna altijd te pakken krijgt, geeft hij toch de voorkeur aan jonge of oude dieren die weinig weerstand bieden.

In het Sandarban-gebied vormen axisherten, wilde zwijnen, apen en hagedissen de hoofdbuit van een tijger.

Korte feitjes
∑ Een gulzige tijger kan tot 30 buffels per jaar buit maken.

∑ Het brullen van een tijger is 's nachts meer dan 2 kilometer ver te horen.
∑ Een volwassen tijger kan gedurende een nacht 31 kilo vlees verorberen.

∑ De grootste katachtige van de wereld is de Siberische tijger; die ruim 100 kilo meer weegt dan de Bengaalse tijger.

∑ Ook tijgers kunnen spinnen, maar alleen tijdens het uitademen. Huiskatten spinnen bij in- en uitademen.

∑ In tegenstelling tot veel andere roofkatten, eten tijgers ook half verteerd vlees.

∑ Ongeveer de helft van alle welpen sterft voordat ze volwassen zijn.

∑ Na het vangen begint een tijger zijn maaltijd met het achterste deel van zijn prooi.

- - -

AFMETINGEN
Schouderhoogte: 91 cm
Lengte: 2,7 - 3,1 m; gemeten van kop tot staart
Gewicht: mannetjes 180-260 kg

VOORTPLANTING
Geslachtsrijp: vanaf 3-4 jaar
Paartijd: in de lente
Draagtijd: 95-112 dagen
Aantal jongen: meestal 2-3 jongen, soms meer

LEEFWIJZE
Gedrag: solitair levend en nachtdier
Voedsel: Indische herten (axisherten), apen
Geluid: gebrul, spinnen
Levensverwachting: 15 jaar

VERWANTE SOORTEN
Er zijn zeven grote tijgerondersoorten op de wereld, die zich door de kleur van de vacht van elkaar onderscheiden

Verspreiding van de Bengaalse tijger

VERSPREIDING
De Bengaalse tijger komt vooral in het Sandarbangebied tussen India en Bangladesh, maar ook in Noord- en Midden-India, Birma en Nepal.

SOORTBESCHERMING
In 1900 werd de tijgerpopulatie van India op 40.000 - 50.000 geschat. Tot 1972 zakte dit aantal dramatisch tot 1850 exemplaren. Door een goed beschermingsprogramma zijn er nu weer zo'n 4.000 tijgers.

design by Cafť Noir Nieuwe Media