Home
Zoogdieren
Vogels
Reptielen en AmfibieŽn
Vissen
Insekten en Spinnen
Lagere dieren
Uitgestorven dieren
Diergedrag
Leefgebieden
Bescherming


Bosuil
ORDE:
Uilen

FAMILIE:
Uilen s.s.

GESLACHT & SOORT
Strix aluco

Hoewel de bosuil een nachtvogel is en daardoor overdag vaak onzichtbaar, kennen de meeste mensen hem door zijn karakteristieke oehoe-geluid.

De bosuil is in heel Europa bekend; de kleur van zijn verendek varieert van grijs tot roodbruin. Als behendige jager zweeft hij geluidloos naar zijn prooi toe, maar hij kan ook een vleermuis in de vlucht vangen.
Leefomgeving
In Midden-Europa treft men de bosuil vooral in de loof- en gemengde bossen aan omdat ze daar voldoende oude boomholten aantreffen om hun nest te bouwen. Men ziet ze weleens in parken, kerkhoven en zelfs in de stad waar hij soms op het dak van een huis zit.

In naaldbossen komt de bosuil hoogstens aan de rand voor. Middenin de donkere bossen is er zowel te weinig aanbod van prooidieren, als van geschikte boomholten om een nest te maken. Het lijkt erop dat een bosuil het liefst heeft dat er open vlakten en water in zijn buurt zijn.

Voedsel en jacht
De bosuil is een echt nachtdier en jaagt het liefst 's nachts. Zijn techniek bestaat uit het doodstil observeren van zijn omgeving vanuit een uitkijkpost, om zich dan trefzeker op zijn prooi te storten. Zijn vleugels maken daarbij geen geluid dankzij de zachte veren en de getande punten aan de eerste slagpennen.

Het gehoor van een bosuil is zo goed, dat hij zijn buit zelfs in het pikkedonker weet te lokaliseren.

Hij voedt zich met allerlei soorten kleine dieren, afhankelijk van het aanbod in zijn leefgebied. In de bossen zijn dat vooral kleine zoogdieren, vogels, wormen en kevers.

In bewoonde gebieden jagen bosuilen eerder op kleine vogels.
Voortplanting
Bosuilen paren in de herfst en een paartje blijft een leven lang samen. Het wijfje kiest de nestplaats, meestal in een boomholte van een oude boom. Er worden ook wel leegstaande nesten van andere roofvogels of spleten in muren en rotsen genomen. Het mannetje laat als territoriumroep een korte 'oe' horen, gevolgd door een vibrerend 'oe-oehoe-hoehoehoe'.

Het wijfje broedt de 2-5 eieren alleen uit. Ze begint direct na het leggen, wat betekent dat de jongen met enige afstand van elkaar uit het ei komen. De moeder neemt de jongen onder haar vleugels, terwijl de vader voedsel komt brengen.
De jongen verlaten na ongeveer vijf weken het nest. Ze worden dan nog wel door hun ouders bijgevoerd tot ze circa 2-3 maanden oud zijn. Tenslotte worden ze uit de nestomgeving verdreven en moeten ze een eigen territorium zoeken.

Veldwaarnemingen
Soms laten bosuilen zich verleiden om in nestkasten in een bos met maar weinig oude bomen te gaan nestelen. Deze nestkasten moeten aan de voorkant een grote opening hebben, bovendien een diepte van 75 cm, en een grondoppervlak van ongeveer 20 x 20 cm. De nestkasten moeten hoog tegen eeen boomstam en niet in de felle zon gehangen worden.
Als de jongen het nest verlaten, houden ze zich vaak nog op de takken in de buurt van het nest verstopt tot ze goed genoeg kunnen vliegen. In die periode vindt men ze ook weleens op de grond. Het beste is dan ook om de jonge dieren op een boomtak in de buurt terug te zetten waar ze veilig zijn voor katten, honden en andere roofdieren.

Korte feitjes
∑ Bosuilen hebben in hun geluidsrepertoire niet alleen het bekende 'oehoe'-geroep (territoriumroep), maar ook een luide roep die lijkt op 'kloewiek', die typisch is voor het vrouwtje en verder nog een zacht vibrerende roller en een bijna blaffend 'wet-wet-wet'.

∑ Bosuilen slaan soms met veel lawaai van hun vleugels boven boomkruinen of kreupelhout om vogels en kleine zoogdieren op te schrikken en uit hun schuilplaatsen te verjagen.

∑ De sterfte onder de jonge uilen is erg hoog, omdat de dieren nog nauwelijks zelfstandig zijn als ze een eigen territorium moeten zoeken. Als alle buurgebieden al bezet zijn, kunnen de jongen niet op jacht en lijden dan ontzettend veel honger.
∑ Bosuilen spugen net als alle uilen uileballen uit, die bestaan uit de onverteerbare delen van hun prooidieren, zoals botjes, vel en veertjes.

- - -

AFMETINGEN
Lengte: 37-39 cm
Gewicht: 360-650 gram
Vleugelspanwijdte: 94-104 cm

VOORTPLANTING
Geslachtsrijp: met 1-2 jaar
Broedtijd: maart tot mei
Legsel: 2-5 witte eieren
Broedduur: 28-30 dagen
Nestverblijf: 32-37 dagen

LEEFWIJZE
Gedrag: meestal nogal honkvast; normaal gesproken monogaam
Voedsel: kleine zoogdieren, vogels, amfibieen, wormen en kevers
Levensverwachting: de oudst bekende wilde vogel werd 18 jaar oud

VERWANTE SOORTEN
Er zijn in Europa twee nauw verwante soorten, de Laplanduil (Strix nebulosa) en de Oeraluil (Strix uralensis). Beide zijn groter dan de bosuil.

Verspreidingsgebied van de bosuil

VERSPREIDING
In Europa behalve Noord-Scandinavie, in delen van Noord-Afrika, in het Westen van Rusland, in Afghanistan en China.

SOORTBESCHERMING
In het grootste deel van zijn verspreidingsgebied en ook bij ons komt de bosuil nog regelmatig voor. Aangezien hij jacht maakt op kleinere uilen, vormt hij zelf juist een bedreiging in de gebieden waar bijvoorbeeld de dwerguil voorkomt.

design by Cafť Noir Nieuwe Media