Home
Zoogdieren
Vogels
Reptielen en AmfibieŰn
Vissen
Insekten en Spinnen
Lagere dieren
Uitgestorven dieren
Diergedrag
Leefgebieden
Bescherming


Keizerspingu´n
ORDE:
Pingu´ns

FAMILIE:
Pingu´ns

GESLACHT & SOORT
Aptenodytes forsteri

De keizerspingu´n is niet alleen de grootste zeevogel, maar ook die met de grootste weerstand. Hij leeft op het pakijs van Antarctica en overleeft temperaturen van -20░C en stormen met orkaankracht.

Wanneer de pingu´n over het ijs waggelt en zijn vleugels beweegt, ziet hij er nogal komisch uit. Deze vogels hebben echter de heerschappij over land en lucht verruild voor gratie en behendigheid in het water, samen met het vermogen op het ruige en ongastvrije Antarctica te overleven.
Leefomgeving
De keizerspingu´n leeft uitsluitend op het pakijs van Antarctica en de omliggende zeeŰn. Hij kan daardoor aanspraak maken op de kwalificatie de enige vogel te zijn die nooit voet op droge grond zet.

Hoewel de keizerspingu´n een zeevogel is die zijn voedsel uitsluitend uit zee betrekt, liggen de broedgebieden gewoonlijk in de beschutting van ijskliffen op vast ijs, vaak vele kilometers landinwaarts. Omdat de vogels in de winter broeden, moeten ze plaatsen uitkiezen waar het ijs bij de komst van de zomer en voor het volwassen worden van de jongen niet smelt. Veel vogels verplaatsen zich daarom meer dan 100 kilometer over het ijs.

Voortplanting
De balts begint in maart, en tussen mei en juni wordt gedurende de donkere antarctische winter het enige ei gelegd. De ouders bouwen geen nest, daar er op Antarctica vrijwel geen bouwmaterialen voorhanden zijn. Om het tegen de kou te beschermen wordt het op de poten warm gehouden. Het vrouwtje draagt het ei aan de partner over volgens een vast ritueel, waarbij ze hun snavel naar beneden houden en roepen. Het vrouwtje keert dan naar zee terug en laat het broeden verder over aan het mannetje.

Het mannetje broedt circa 40 tot 50 dagen lang. Hij beschermt het ei tegen de ijzige temperatuur (die soms tot onder de min veertig graden komt) in een huidplooi die onder zijn buik hangt. De broedende mannetjes staan dicht tegen elkaar aan om warm te blijven, soms 6000 vogels bij elkaar.
Het vrouwtje keert kort voor het uitkomen van het jong terug. Ze neemt de laatste dagen van de broedperiode over en beschermt vervolgens veertig dagen lang het kuiken. Het uitgeputte mannetje heeft dan ongeveer de helft van zijn gewicht verloren en loopt terug naar open zee om te eten.

Zodra het jong oud genoeg is om alleen te blijven, worden ze samen met andere jongen in een soort kindercreche gebracht, terwijl beide ouders op zoek naar voedsel gaan.

Vijanden en prooien
Er leven meer dan 300.000 keizerspingu´ns op Antarctica. In hun woongebied ver van de rest van de wereld hebben ze weinig vijanden te duchten. De enige dieren die af en toe een volwassen keizerspingu´n in of nabij het water doden zijn zeeluipaarden en orca's. Op het pakijs komt het af en toe voor dat roofmeeuwen een pingu´njong grijpen. De grootste bedreiging vormen echter de reuzenstormvogels, die voor eenderde van de verliezen van de jongen verantwoordelijk zijn.
De keizerspingu´ns zelf maken jacht op vissen, inktvissen en krabben. Het zijn geen bijzonder snelle zwemmers: slechts zes tot acht kilometer per uur.

Speciale aanpassingen
De keizerspingu´n bezit een aantal aanpassingen om te kunnen overleven onder omstandigheden die tot de meest barre van onze aarde behoren. Op temperatuur blijven is uiterst belangrijk. Daartoe bezit hij een dicht verenkleed met een dozijn veren per vierkante centimeter. Deze zijn kort en stug met een donzige basis en liggen dicht tegen elkaar aan.
Zo vormen ze een effectieve isolerende luchtlaag. Ook de lichaamsvorm met een verhoudingsgewijs klein oppervlak is een warmtebesparende aanpassing. De dikke, isolerende speklaag vormt ook nog een nuttige energiereserve. Het dier heeft zelfs een warmte-uitwisselingssysteem in zijn neusholten ontwikkeld, waardoor hij bij ademen zo weinig mogelijk warmte verliest. Ook de vleugels en poten zijn toegerust om het warmteverlies tot een minimum te beperken.

Als aanvulling daarop staan pingu´ns groepsgewijs dicht tegen elkaar.

Korte feitjes
Ě Keizerspingu´ns kunnen tot een diepte van 265 meter duiken en 18 minuten onder water blijven, langer dan enige andere vogel.

Ě Gedurende de voortplantingstijd eet de mannelijke vogel van maart tot juni of juli helemaal niets, in totaal dus 110 tot 115 dagen.

Ě In tegenstelling tot vliegende vogels bezit de keizerspinguin geen lichte, luchtgevulde botten. Dat heeft als voordeel dat het niet zo veel energie kost om onder water te blijven.

Ě De keizerspingu´n is een geoefende wandelaar. sommige kolonies, zoals op het Hope-eiland liggen 300 kilometer van de kust.

Ě De keizerspingu´n maakt op het land een onbeholpen indruk, maar op de gladde ijshellingen 'sleet' hij met groot gemak op zijn buik de diepte in.

- - -

AFMETINGEN
Lengte: 112 cm
Gewicht: 20-40 kg

VOORTPLANTING
Geslachtsrijp: na 3-6 jaar
Paartijd: maart tot december
Aantal broedsels: 1
Eieren: 1, wit
Broedduur: 64 dagen

LEEFWIJZE
Gedrag: leeft sociaal in kolonies van 500 tot 20.000 paren
Voedsel: vis, inktvis en kreeftachtigen
Levensverwachting: 20 jaar

VERWANTE SOORTEN
De nauwste verwant van de keizerspingu´n is de koningspingu´n (Aptenodytes patagonica), die er sterk op lijkt maar kleiner blijft: deze is slechts 85 cm hoog en 10-20 kg zwaar.

Verspreidingsgebied van de keizerspingu´n

VERSPREIDING
De keizerspingu´n is de zuidelijkst broedende pingu´n van de wereld. Hij houdt zich zelden buiten de poolcirkel op.

SOORTBESCHERMING
De keizerspingu´n heeft weinig natuurlijke vijanden en leeft in een gebied waar verder weinig andere dieren kunnen overleven. Hoewel er momenteel meer dan 150.000 paren voorkomen zou de verontreiniging van de poolzee het bestaan van de soort kunnen bedreigen.

design by CafÚ Noir Nieuwe Media