Home
Zoogdieren
Vogels
Reptielen en Amfibieën
Vissen
Insekten en Spinnen
Lagere dieren
Uitgestorven dieren
Diergedrag
Leefgebieden
Bescherming


Robijnkeeltje
ORDE:
Gierzwaluwen

FAMILIE:
Kolibries

GESLACHT & SOORT
Archilochus colubris

Deze opvallend mooie vogel, die we aantreffen in oostelijke delen van de USA, is één van de bekendste kolibries. Zijn naam dankt hij aan de schitterende rode veren rond zijn keel.

Het kleine robijnkeeltje ziet er, als hij in de zon bij een bloem nectar 'staat' te zuigen, uit als een flonkerend juweel. Het heldere zonlicht geeft zijn verenkleed namelijk een iriserende, metalen glans. In de schaduw treedt dit effect niet op en is het verenkleed tamelijk mat.
De trek van het robijnkeeltje
Hoewel het robijnkeeltje maar een heel klein vogeltje is, onderneemt hij een enorme tocht van zijn broedgebied in het oosten van de USA naar zijn winterkwartier. Hij legt meer dan 3.000 kilometer af; ruim 1.000 kilometer hiervan vliegt hij non-stop over de Golf van Mexico.

De vlucht naar de broedgebieden kan voor vogels die thuishoren in de zuidelijke delen van de Verenigde Staten al in februari of maart beginnen. Vogels die noordelijker broeden laten hun komst afhangen van de bloeitijd van de planten waaruit ze hun voedsel halen. In sommige delen komen ze pas in mei aan. De tocht naar hun winterkwartieren, start al begin augustus en duurt tot eind oktober.

Voortplanting
Evenals bij veel andere vogels komt het robijnkeel-mannetje als eerste bij de broedplaats aan en zoekt daar een territorium.

Zodra het vrouwtje aankomt, begint het mannetje een soort baltsvlucht waarbij hij in prachtige bogen voor haar heen en weer vliegt. Vervolgens schieten ze omhoog en omlaag voor elkaar langs.
Het nest zit hoog in een boom, dikwijls wel vijf tot zes meter boven de grond. Het robijnkeel-vrouwtje vlecht het nest in elkaar en bekleedt het met zacht plantenmateriaal.
Tussen maart en juli worden de eieren gelegd, afhankelijk van de breedtegraad waarop de broedplaats ligt (afstand tot de evenaar). Als het vrouwtje een of twee eieren gelegd heeft, begint ze met broeden. Na ongeveer 16 dagen komen de jongen uit het ei. Vervolgens voedt zij de jongen met nectar en kleine insekten.

Het mannetje helpt niet bij het grootbrengen van de jongen.

Voedsel en voedingsgewoonten
Kolibries kunnen door hun fantastisch vliegvermogen net als insekten voor bloemen in de lucht blijven 'hangen'.

Minstens 31 bloeiende plantensoorten, onder andere kamperfoelie, vlier, petunia en waterkers trekken kolibries aan; de voorkeur gaat uit naar rode bloemen.
De kolibrie zuigt de nectar uit de bloemen; en doordat hij met zijn kopje tegen de meeldraden aan komt, draagt hij stuifmeel over naar andere bloemen, die zo bestoven worden en de kolibrie de volgende jaren weer verzekerd is van voedsel.

De kolibrie kan een hele tijd voor de bloem zweven terwijl hij met zijn lange, fijne snavel in de bloemkroon steekt. Soms pikt hij een gaatje in de bloembasis om sneller bij de nectar te komen. Vervolgens zuigt hij met zijn lange tong, die door opkrullen van de zijdelingse randen tot een gesloten pijpje is omgevormd, de nectar op. Nectar is het hoofdvoedsel van de kolibrie; het bevat de energierijke suikers die voor hem van levensbelang zijn. Ze eten echter ook verschillende insekten en spinnen.
Korte feitjes
· Door de lichtende kleuren van hun verenkleed kregen kolibries namen van juwelen, zoals saffier, topaas, smaragd en robijn.

· In de Victoriaanse tijd fleurde men de woonkamers vaak op met opgezette kolibries in vitrines.

· Sommige kolibries zijn zo zeldzaam dat zij slechts bekend zijn door naar Europa geïmporteerde, namaakvogeltjes en afbeeldingen.

· Iedere kolibrie-soort maakt een soortspecifiek zoemgeluid, afhankelijk van het aantal vleugelslagen per seconde (tot 78).

· Het robijnkeeltje heeft het kleinste aantal veren dat bij vogels ooit geteld werd.

· Robijnkeeltjes vallen weleens ten prooi aan libelles, bidsprinkhanen en kikkers. Ze kunnen zich verstrikken in spinrag en zich op distels spietsen.

· Door het typische 'staan' en zweven heeft de kolibrie een veel grotere energiebehoefte dan enig ander vliegend gewerveld dier. Hart en longen zijn daardoor in verhouding zeer groot. In rust slaat het hart rond de 1.000 keer per minuut; bij het robijnkeeltje is dat bijvoorbeeld 570 keer.

· De kolibrie heeft per dag tweemaal zijn lichaamsgewicht aan voedsel nodig.

· Voordat de kolibrie aan zijn tocht begint, maakt hij eerst een vetlaag aan die overeenkomt met de helft van zijn lichaamsgewicht.

De vlucht van de kolibrie

De kolibrie is in staat achteruit en loodrecht omhoog te vliegen, en hij kan stil in de lucht blijven 'staan'. Dit is heel ongewoon voor vogels. Slechts weinig vogels kunnen dit ook, maar niet een groep kan het zo goed als de kolibrie.
De kolibrie kan zijn vleugels in alle richtingen bewegen. Hij kan loodrecht omhoog vliegen en doodstil in de lucht blijven 'staan' omdat hij zijn lijfje praktisch rechtop kan zetten en dan met de punten van zijn vleugels een liggende acht beschrijft.

- - -

AFMETINGEN
Lengte: 10 cm
Vleugelspanwijdte: 12 cm
Gewicht: 3 gram

VOORTPLANTING
Broedtijd: maat tot juli
Aantal broedsels: 1, soms 2
Broedduur: 16 dagen
Nestverblijf: 22-24 dagen

LEEFWIJZE
Leefomgeving: bossen, fruitplantages en tuinen
Voedsel: nectar en insekten
Geluid: korte, hoogfrequent piepende tonen
Levensverwachting: de oudst bekende vogel die in vrijheid leefde, werd vijf jaar

VERWANTE SOORTEN
320 soorten

Verspreidingsgebied van het robijnkeeltje

VERSPREIDING
Broedt in oostelijk Noord-Amerika en op de Westindische eilanden.

SOORTBESCHERMING
In de 19e eeuw was de kolibrie een gewild object voor verzamelaars omdat hij zo'n prachtig verenkleed heeft en zo klein is. Desondanks is het bestand niet direct bedreigd. Hij wordt in zijn woongebied veel gezien.

design by Café Noir Nieuwe Media