Home
Zoogdieren
Vogels
Reptielen en AmfibieŽn
Vissen
Insekten en Spinnen
Lagere dieren
Uitgestorven dieren
Diergedrag
Leefgebieden
Bescherming


Nijlkrokodil
KLASSE:
Reptielen

ORDE:
Krokodillen

GESLACHT & SOORT
Crocodylus niloticus

De nijlkrokodil is de grootste krokodil van Afrika. Met zijn lengte tot wel 6 meter en een gewicht van meer dan 700 kilogram is hij voor zowel dier als mens een gevaarlijk roofdier.

Als overblijfsel uit de prehistorie is de krokodil het enige nog in leven zijnde lid van die reptielen waartoe ook de dinosaurussen behoorden. Zijn leefwijze veroorlooft ons een fascinerende terugblik in het verleden.
Leefomgeving
De nijlkrokodil leeft in zijn verspreidingsgebied aan de oevers van een rivier, een meer of een waterplaats. Tijdens de regentijd, als de rivieren buiten hun oevers treden, gaan krokodillen soms een heel eind buiten hun territorium en keren er pas terug als de waterspiegel gezakt is.

Voortplanting
In het voorjaar graaft het krokodillenwijfje een nest aan de oever van de rivier en legt daar haar eieren in. Het nest ligt zo dicht aan het water, dat het wijfje het vanuit het water kan bewaken, maar zover er vandaan, dat het bij hoog water niet wegspoelt. De paring vindt in ondiep water plaats waarbij de dieren meestal wild en opgewonden om zich heen slaan. De paring wordt door enige rituelen vooraf gegaan. De 30 tot 70 witte eieren, voorzien van een harde schaal, worden toegedekt met zand en 90 dagen lang bewaakt. Hoort de moeder de jongen in de eieren geluid maken, dan komt zij naar het nest en graaft de jongen uit. Indien nodig breekt ze zelf de eierschalen. Als de jongen uit het ei gekropen zijn, neemt de moeder ze in de bek en brengt ze een voor een in het water.
Weinig jonge krokodillen worden volwassen. Eieren zijn gewild bij varanen, mangoesten, hyena's en ooievaars. De jonge dieren zijn een gemakkelijke prooi voor andere krokodillen, adelaars, of grotere vissen zodra ze in het water zijn aangekomen.

Voedsel en jacht
De krokodil loert op onoplettende dieren, die aan het water komen drinken. Zijn prooi bestaat vooral uit gnoes, gazellen, buffels, wilde honden en een enkele keer mensen.
De nijlkrokodil pakt zijn prooi op het land en trekt hem met behulp van zijn krachtige kaken onder het wateroppervlak, en verdrinkt hem. De krokodil kan niet kauwen. De prooi wordt daarom niet direct gegeten maar eerst onder water vastgelegd onder een vooruitstekend oevergedeelte of onder een boomstam, om hem een paar dagen te laten rotten. Krokodillen eten hun prooi met botten, hoeven en gewei en al op. Sterke maagsappen en van te voren ingeslikte stenen maken het verkleinen en verteren van het voedsel mogelijk.
Korte feitjes
∑ Het geslacht van een krokodillenbaby wordt door de broedtemperatuur bepaald. Onder de 30 graden ontwikkelen zich vrouwtjes, boven een temperatuur van 33,9 graden uitsluitend mannetjes.
∑ De grootste krokodillensoort kan tot 7,5 meter lang worden, de kleinste soort nauwelijks langer dan anderhalve meter.

∑ Een krokodil is volgroeid vierduizend maal groter dan als ei.

∑ Krokodillen zijn het naast verwant aan vogels.

∑ Krokodillen zijn van alligators te onderscheiden door hun tanden: bij echte krokodillen ligt de vierde tand van de onderkaak in een gleuf van de bovenkaak, zodat hij bij gesloten bek zichtbaar blijft. Bij alligators past deze tand zo in de bovenkaak dat hij bij gesloten bek onzichtbaar is.

∑ In Afrika sterven door de nijlkrokodil meer mensen dan door enig ander dier.

- - -

AFMETINGEN
Lengte: tot 6 m (van kop tot staartpunt)
Gewicht: tot 750 kg

VOORTPLANTING
Geslachtsrijp: met 6-7 jaar
Paartijd: meestal in juni
Aantal eieren: 30-70
Ontwikkelingsduur: 3 maanden

LEEFWIJZE
Gedrag: solitair of in kleine groepen dieren van dezelfde grootte, om jacht van grotere dieren op de kleinere te voorkomen
Voedsel: zoogdieren, reptielen (ook andere krokodillen), vogels, vissen en kadavers
Levensverwachting: naar schatting 70-100 jaar

VERWANTE SOORTEN
Er bestaan 21 krokodillensoorten, die overal in de tropische en subtropische gebieden van AziŽ, AustraliŽ en Amerika voorkomen.

Verspreidingsgebied van de nijlkrokodil

VERSPREIDING
De nijlkrokodil is bijna overal in Afrika te vinden, van Egypte in het noorden tot onder in Zuid-Afrika. Alleen in de koelere gebieden van Noord-Afrika en de droge Sahara komt hij niet voor.

SOORTBESCHERMING
In sommige delen van hun verspreidingsgebied is de nijlkrokodil nog wijdverbreid. Bijna alle overige soorten worden echter ernstig bedreigd, omdat er vanwege hun huid en vlees te veel jacht op wordt gemaakt.

design by Cafť Noir Nieuwe Media