Home
Zoogdieren
Vogels
Reptielen en AmfibieŽn
Vissen
Insekten en Spinnen
Lagere dieren
Uitgestorven dieren
Diergedrag
Leefgebieden
Bescherming


Dieren op de Galapagos-eilanden
De Galapagos-eilanden - ťťn van de meest afgelegen plekken op aarde - herbergen een unieke dierenwereld. Veel van de hier levende planten en dieren komen nergens op aarde voor.
De Galapagoseilanden zijn een verspreide groep vulkanische eilanden die ter hoogte van de evenaar in de Stille Oceaan liggen. Politiek gezien behoren ze tot Ecuador, maar ze liggen in open zee op ongeveer 1000 km uit de westkust van Zuid-Amerika.
Ontstaan en bijzonderheden
De Galapagosarchipel, met een grondoppervlak van 8000 km2 verspreid over ca. 16 eilanden, bevindt zich in een oceaangebied van 60.000 km2.

Sommige eilanden zijn als gevolg van vulkanische activiteit ongeveer 5 miljoen jaar geleden ontstaan, andere zijn wat jonger. Diverse vulkanen zijn nog altijd actief en komen van tijd tot tijd tot uitbarsting.

Het karakter van de eilanden wordt vooral bepaald door de van Antarctica afkomstige koude Humboltstroom
waarin de eilanden liggen. Daardoor is het er kouder dan men zou verwachten.

De lagere eilanden, waar het landschap gedomineerd wordt door stekelige vijgcactussen, zijn zeer droog en onvruchtbaar. Op de grotere, hogere eilanden vindt men meer vruchtbare hellingen met dichte, groene vegetatie. Veel eilanden gaan bijna het hele jaar schuil onder een dichte mist, waardoor het Micronia-bos, dat uniek is voor de Galapagoseilanden, goed gedijt.
Eerste bewoners
De eerste soorten die op de eilanden verschenen, waren vogels die over de zeeŽn vliegen, zoals de Amerikaanse fregatvogel en de roodsnavel-keerkringvogel, samen met vogels met een groot uithoudingsvermogen, zoals flamingo's en velduilen. Zij troffen een gebied aan dat praktisch vrij was van concurrenten en roofdieren die deze eilanden niet hadden kunnen bereiken. Uit deze pioniers ontwikkelden zich geleidelijk aan nieuwe soorten.
Darwinvinken
De 13 soorten vinken die hier leven, stammen alle van een gemeenschappelijke voorouder af. Ze worden 'Darwin-vinken' genoemd, naar de grote natuuronderzoeker Darwin die in deze dieren zijn evolutietheorie bevestigd zag. Hoewel ze er op het eerste gezicht hetzelfde uitzien, is de snavel bij elke soort verschillend. De grote grondvink kan met zijn dikke zware snavel grotere zaden eten. Daarentegen is de fijne snavel van sommige andere soorten meer geschikt voor het vangen van kleine insekten.
Reuzenschildpadden
De eilanden danken hun naam aan hun meest indrukwekkende bewoner, de reuzenschildpad. Galapago is het oud-Spaanse woord voor schildpad. Momenteel leven er nog elf ondersoorten reuzenschildpadden en alle bewonen ze heel speciale gebieden op de eilanden. De schildpadden op de droge eilanden bezitten hoog gewelfde schilden. Op de vruchtbare eilanden behielden de pantsers hun oorspronkelijk zadelvormig licht gebogen voorrand.
Hoe de dieren de eilanden bereikt hebben
Toen de Galapagoseilanden uit de zee oprezen waren er geen landdieren. Tegenwoordig leeft er juist een grote diversiteit van exotisch dierenleven.

De dieren op de eilanden vertonen een sterke verwantschap met die van het meest nabij gelegen continent, Zuid-Amerika. Landbewonende vogels zijn er waarschijnlijk door stormen heengedreven. Andere dieren zijn mogelijk via de zeeroute gekomen. Vlotten van plantenmateriaal, die in westelijk Zuid-Amerika via de rivieren
de zee in dreven, hebben mogelijk met de stroming mee de eilanden bereikt. Hierop bevonden zich vermoedelijk insekten en reptielen of hun eieren, alsmede zaden van uitheemse planten, die zich onder de gunstige omstandigheden op de eilanden uitstekend hebben ontwikkeld. Voor andere dieren die van de eilanden bezit genomen hebben, was de zeereis minder moeilijk: eeuwenlang zijn door zeelieden en kolonisten katten, ratten, varkens, geiten en planten ingevoerd.
Verstoringen van het natuurlijk evenwicht
Door hun isolement konden de Galapagoseilanden zich tot een waar natuurparadijs met een grote diversiteit van levensvormen ontwikkelen.

Helaas heeft de invoer van dieren door de mens deze inheemse fauna alleen maar geschaad.

Huisdieren als geiten en van boord gesprongen ratten bleken op de Galapagoseilanden al snel voedselconcurrenten van de
oorspronkelijke dieren. Ook brachten ze nieuwe ziekten mee en maakten ze jacht op inheemse dieren. Nieuwe planten verdrongen de zeldzamere plantensoorten.

De uitzonderlijkheid van de Galapagoseilanden trekt ook grote aantallen toeristen aan. Gelukkig worden er momenteel maatregelen genomen om de Galapagoseilanden te beschermen in de hoop dat deze eilanden in de toekomst een paradijs voor de dieren zullen blijven.

design by Cafť Noir Nieuwe Media